Achtergrond afbeelding Achtergrond afbeelding darkmode

Sensorische Informatieverwerking bij verpleeghuiscliënten met dementie& zeer ernstig probleemgedrag

Meer dan 80% van de mensen met dementie ontwikkelt tijdens het dementieproces een vorm van probleemgedrag. Dit is belastend voor de persoon zelf en voor diens omgeving. Verstoorde Sensorische Informatieverwerking (SI) door dementie, waarbij bijvoorbeeld informatie vanuit de zintuigen niet goed door de hersens wordt verwerkt, kan een oorzaak zijn van probleemgedrag. Een SI-therapeut onderzoekt hoe iemand met dementie sensorische informatie verwerkt en stelt vervolgens een persoonlijk benaderingsplan op om het probleemgedrag te verminderen. Op afdelingen van verpleeghuizen die zich specialiseren in de zorg voor mensen met dementie en zeer ernstig probleemgedrag (D-zep) maakt een SI therapeut vast onderdeel uit van het multidisciplinaire team. Er is echter nog weinig bekend over de toepasbaarheid en effectiviteit van SI-therapie.

Doel

Dit project heeft als doel: 

  • Het ontwikkelen van een breed gedragen, uniforme werkwijze op basis van werkzame onderdelen voor (het maken van keuzes in) diagnostiek en behandeling bij SI therapie.
  • Inzicht verkrijgen in de toepasbaarheid van persoonsgerichte SI therapie volgens deze uniforme werkwijze.
  • Inzicht verkrijgen in de potentiële effectiviteit en kosten van SI therapie in relatie tot uitkomstmaten zoals probleemgedrag en welbevinden van mensen met D-zep. Ook het welbevinden en werkgerelateerde uitkomsten van naasten en zorgprofessionals, zoals ervaren competentie en belasting. 

Aanpak/werkwijze

Het project bestaat uit 2 fases.

Fase 1: Er worden een uniforme werkwijze vastgesteld en een handreiking en implementatiewijzer ontwikkeld. Dit gebeurt met een literatuurreview, diepte-interviews met diverse betrokkenen, observaties van reguliere SI trajecten en co-design werksessies in verschillende samenstellingen met onder andere zorgprofessionals, SI experts, ervaringsdeskundigen, implementatiedeskundigen en studenten en docenten van relevante MBO, HBO, WO en post-WO opleidingen. 

Fase 2: De werkwijze wordt getest in een feasibility studie op 6 D-zep afdelingen bij in totaal 48 mensen met dementie. De evaluatie vindt plaats met diepte-interviews, voor -en nametingen en het in kaart brengen van kosten. 

Samenwerkingspartners

Binnen dit project werken kennisorganisaties, experts op het gebied van D-zep en SI uit onderwijs en praktijk en ervaringsdeskundigen samen met het Kennisnetwerk D-zep en het Centrum voor Consultatie en Expertise (CCE). Betrokken partijen hebben eerder al succesvol samengewerkt in onder andere projecten over probleemgedrag in verpleeghuizen en D-zep. De onderzoekers hebben diverse achtergrond en ruime ervaring. Door samenwerking met praktijkpartners, Kennisnetwerk D-zep en CCE wordt de praktijkrelevantie en de haalbaarheid van het project gewaarborgd, evenals verspreiding van de resultaten. Praktijkdeskundigen brengen hun expertise in voor werving, inhoud, verspreiding en implementatie. De werkzaamheden zijn gestructureerd in expertgroepen met duidelijke taken. 

(Verwachte) resultaten

De verkregen inzichten worden omgezet in praktische hulpmiddelen voor naasten, zorgprofessionals en SI therapeuten in de praktijk. De handreiking voor toepassing en de implementatiewijzer ondersteunen bij uitvoering SI therapie. Hetzelfde geldt voor de beoogde scholingsmaterialen. Via factsheets en social media komen de resultaten ook laagdrempelig beschikbaar voor naasten en zorgprofessionals die werken met mensen met dementie zonder zeer ernstig probleemgedrag. Ook worden wetenschappelijke resultaten gepubliceerd en gedeeld op conferenties en wordt de interventie aangemeld voor erkenning bij de Databank Erkende Interventies van Vilans. De resultaten komen eind 2029 beschikbaar. 

Kenmerken

  • Projectnummer:
    11070012410006
  • Looptijd: 11%
    Looptijd: 11 %
    2025
    2029
  • Gerelateerde programma's:
  • Gerelateerde subsidieronde:
  • Projectleider en penvoerder:
    dr. A.O.A. Plouvier
  • Verantwoordelijke organisatie:
    Radboudumc