Effectiveness of interventions focused on occupational exposures associated with chronic respiratory diseases. A study with companies from the construction and car repair industry
Luchtwegaandoeningen voorkomen in autospuiterij en bouw
Bij het werk in de bouwsector en autoherstelbranche komen schadelijke stoffen voor de longen vrij. Zijn er interventies te ontwikkelen om dit te verbeteren?
Vraagstuk
Luchtwegaandoeningen komen vaak voor bij medewerkers in de bouwsector en de autoschadeherstelbranche. Bij het werk komen stoffen vrij die schadelijk zijn voor de longen, met name isocyanaten in de autospuiterij en silica in de bouw. Technische maatregelen worden vaak niet goed ingezet en de kennis op de werkvloer is nog onvoldoende. Zijn er interventies te ontwikkelen om dit te verbeteren?
Onderzoek
Via de methode van intervention mapping, waarbij interventies samen met betrokkenen worden bedacht en geïmplementeerd, is gekozen voor een aanpak gericht op gedrag en organisatie (naast techniek). De interventie is getest in de praktijk en vergeleken met een controlegroep die geen speciale maatregelen nam.
Uitkomst
In de bouw nam blootstelling aan silica in de interventiegroep significant sterker af. Deelnemende bedrijven waarderen de interventie positief, vooral de audiovisuele materialen. Met name betonboorders zetten meer beheersmaatregelen in. Bij de autospuitbedrijven traden kleine verbeteringen op in kennis over isocyanaten, terwijl deze kennis stabiel bleef in de controlegroep. Ook gebruikten medewerkers vaker beschermende handschoenen, hoewel nog niet consequent. De bedrijven zijn tevreden over de interventie.
Verslagen
Eindverslag
Blootstelling aan chemische stoffen draagt significant bij een de totale ziektelast en mortaliteit in Nederland. Luchtwegaandoeningen zijn veel voorkomende en ernstige beroeps gebonden aandoeningen. Twee chemische blootstellingen uit de top tien van beroeps gebonden risico’s zijn isocyanaten (autoschadeherstel sector) en silica (bouw sector). Het doel van deze studie was om een multidimensionaal interventie programma te ontwikkelen en implementeren gericht op het reduceren van blootstelling en daarmee het reduceren van de ziektelast in de bouw en autoschade herstel branche.
Een baseline survey in de bouw liet zien dat de grenswaarde voor silica voor hoog blootgestelde beroepen als sloper en voegenhakker voor meer dan 60% werd overschreden. Daarnaast wees deze survey uit dat ondanks de aanwezigheid van technische beheersmaatregelen, deze niet (goed) gebruikt worden en dat het kennisniveau over de risico’s van silica laag is. Voor isocyanaten bestaan geen grenswaarden. Echter, de baseline survey in de autoschade herstel sector liet eenzelfde beeld zien van niet (correct) gebruik van aanwezige beheersmaatregelen en een laag kennisniveau over de risico’s van isocyanaten. Daarom is ervoor gekozen om een multi dimensionale interventie te ontwikkelen (gericht op gedrag en organisatie naast techniek), met als doel het juiste gebruik van beheersmaatregelen te bevorderen. De interventie is ontwikkeld volgens de interventie mapping aanpak voor een gedegen samenstelling en implementatie van de interventie. De interventies zijn ontwikkeld in samenwerking met stakeholders, zoals branch organisaties en werkgevers.
Het interventie programma is in vier bouwbedrijven uitgerold in een studie met RCT design (4 controle bedrijven, zie resultaten sectie). Samenvattend bleek uit de nameting dat zowel de managers als werknemers zeer tevreden waren over de interventie. Daarnaast bleek een substantiële reductie in blootstelling onder hoog blootgestelde werknemers (beton boorders, voegenhakkers, slopers) mogelijk. Deze daling, die tenminste deels het effect was van de uitgevoerde interventie, is van belang voor het grote aantal bouwvakkers in Nederland en wereldwijd. Daarom wordt deze interventie in het VIMP project ‘Structurele implementatie van een interventie gericht op reductie van silica blootstelling in de bouwsector’ (20800095002) aangepast voor bredere implementatie in Nederland.
In de autoschadeherstel, is de interventie uitgevoerd in 8 bedrijven in een pilot studie (8 controle bedrijven). Omdat het aantal autospuiters per bedrijf slechts laag is kunnen over deze studie geen uitspraken gedaan worden over statistische significantie. Echter, de resultaten laten een kleine stijging in het kennisniveau en een aantal gedragsindicatoren zien. Daarnaast waren ook in deze branche de werkgevers en werknemers zeer tevreden, en zouden de meesten de interventie aanbevelen aan andere bedrijven. Deze resultaten laten zien dat een dergelijke interventie geschikt is om in deze branche toe te passen. Uit de observaties en interviews tijden de interventie en nameting zijn een aantal aanbevelingen naar voren gekomen voor het verder ontwikkelen en implementeren van interventies in de auto schade herstel sector (zie resultaten sectie).