Follow up zorg na behandeling voor gynaecologische kanker – kan het minder?
Na een kankerbehandeling krijgen patiënten frequent nog controles, ook wel follow-upzorg genoemd. Het doel van deze controles is om terugkeer van ziekte te vinden en nazorg te leveren. Voor gynaecologische kanker (baarmoederhals-, baarmoeder-, schaamlip- en eierstokkanker) wordt eenzelfde schema van controles gevolgd. Er is maar weinig bewijs of dit schema het beste is. Tijdens de COVID-19-crisis waren we gedwongen om veel afspraken af te zeggen. Hierdoor hebben patiënten minder controles gehad of in een andere vorm, bijvoorbeeld telefonisch.
Doel
In dit onderzoek werd de waarde van alternatieve vormen van follow-up zorg na behandeling van gynaecologische kanker onderzocht. Hierbij werd gekeken naar patiëntervaringen, zorggebruik, zorgkosten en oncologische uitkomsten (zoals recidiefvrije overleving en algehele overleving).
Aanpak
Een mixed-methods benadering werd toegepast, bestaande uit kwalitatief focusgroeponderzoek en kwantitatieve cohortstudies met gebruik van bestaande databronnen van de Nederlandse Kankerregistratie, PALGA en Dutch Hospital Data. De studie was gericht op patiënten met ovarium-, cervix-, endometrium- of vulvacarcinoom, gediagnosticeerd tussen 2015 en 2020, die een curatieve behandeling ondergingen en 3 maanden na behandeling nog in leven waren en follow-up-zorg ontvingen.
Resultaten
De pandemie leidde tot een verschuiving van fysieke naar meer telefonische consulten. Hoewel het totaal aantal consulten gelijk bleef, daalden de zorgkosten. Belangrijk is dat de dit geen invloed had op oncologische uitkomsten. Patiënten waardeerden de flexibiliteit, maar misten vaste zorgverleners en emotionele steun door bijvoorbeeld het wegvallen van familie bij afspraken. Een hybride zorgmodel – deels op afstand, deels fysiek – lijkt oncologisch veilig, kostenefficiënt en beter passend aan de wensen van patiënten. Betrokkenheid bij zorgkeuzes en aandacht voor nazorg zijn daarbij cruciaal.
Vervolgproject
Dit project heeft een vervolg gekregen in het project, dat subsidie krijgt vanuit Zorgevaluatie & Gepast Gebruik (ZE&GG):