Achtergrond afbeelding Achtergrond afbeelding darkmode

Predicting efficient implementation and costs; Ultrasound screening for developmental dysplasia of the hip

Eerder onderzoek heeft uitgewezen dat het uitvoeren van echo-onderzoek bij baby’s op het consultatiebureau naar aangeboren heupafwijkingen (heupdysplasie) leidt tot een sterke afname van het aantal onterechte doorverwijzingen naar het ziekenhuis. In Utrecht is aansluitend de kosteneffectiviteit van de echometing op het consultatiebureau onderzocht. Dit met het oog op landelijke invoering van deze meting. De studie wijst uit dat het invoeren van de echometing kosteneffectief is mits het personeel dat de echometing uitvoert goed getraind is. Hierbij kan gekozen worden voor training van het personeel van het consultatiebureau of het inhuren van reeds getrainde echogebruikers, zoals radiolaboranten of verloskundigen. Opzetten van een landelijk systeem voor kwaliteitscontrole is daarom wenselijk. De kostprijs van de echoapparaten kan de kosteneffectiviteit beïnvloeden.

Verslagen


Eindverslag

Echografisch screening naar “developmental dysplasia of the hip” (DDH) voorheen heupdysplasie, wordt als een alternatief voor lichamelijk onderzoek beschouwd. Voorafgaand aan nationale implementatie dient de kosteneffectiviteit van zowel de procedure als de optimale implementatiestrategie te worden bepaald. Met behulp van Discrete Event Simulatie (DES) werd de kosteneffectiviteit van echografische tov de huidige screening geraamd. Initiële schattingen waren gebaseerd op een feitelijke implementatie studie in een stads- en plattelandsregio onder 5266 kinderen mbv portable echoapparatuur. De screeners bestaande uit radiodiagnostisch laboranten, verpleegkundigen en CB artsen ondergingen en training alvorens in de praktijk te gaan screenen. Vervolgens werd met behulp van specifieke software een simulatiemodel ontwikkeld om alternatieve scenario’s te kunnen doorrekenen. De Balans tussen kosten een effecten werd per regio geschat en vergeleken met de huidige methode van screenen. De gevoeligheid voor specifieke model parameter schattingen en type organisatie werd mbv sensitiviteitsanalyses onderzocht. Alternatieve organisatievormen (type screener, setting, locatie en compliance) werden aldus onderzocht. Kostenramingen volgens maatschappelijk perspectief waren gebaseerd op naar 2006 geïndexeerde item kosten. Scenario’s werden als relevant betiteld indien kostenbesparend of effectiever (meer kinderen tijdig gedetecteerd en behandeld) in vergelijking met de huidige screening. De initiële analyses toonden aan dat de kosten per screen gedetecteerd kind € 5294 (€ 188 per gescreend kind en 3.6 % prevalentie) bedroeg in de stadsomgeving. In de plattelandsomgeving bleken de aanvankelijke getallen € 2397 (€ 243 en 10 %). De kosten voor de huidige screening bedroegen € 3138 (€ 88 en 2.8%). De oorspronkelijke schattingen van de incrementele kosteneffectiviteit van echografische tov standaard screening gaven aan dat de standaard methode echografische screening zou domineren, dwz hogere kosten en lagere effectiviteit in de plattelandsregio. Deze uitkomst werd echter beïnvloed door een afwijkend verwijspatroon. De sensitiviteitsanalyses toonden aan dat goedkopere echoapparatuur dit zou doen omslaan terwijl in de stadsregio het uitbesteden van de echografische screening aan verloskundige praktijken de kosteneffectiviteit verder gunstig zou beïnvloeden. De accuratesse van de screener subtypen had weinig invloed op regioverschillen. De resultaten duiden erop dat echografische screening naar DDH in de Nederlandse setting kosteneffectief kan zijn. Echter specifieke kenmerken van lokale zorgaanbieders dienen in ogenschouw genomen te worden. Dit betreft de accuratesse en met name het verwijspatroon van de screeners. Het een en ander vergt wellicht een landelijk system voor kwaliteitscontrole onder screeners.
Het doel is (ongewijzigd) om met behulp van simulatiemodellen (discrete event simulation) een optimale implementatiestrategie te identificeren, rekening houdend met kwaliteit van screeners, capaciteit en andere (bedrijfskundige) aspecten van de organsatie van de JGZ. Tevens zal de kosteneffectiviteit van screening volgens diverse scenarios worden geraamd. Met andere woorden er komt een "tool" beschikbaar waarmee de regionale instellingen voor JGZ hun eigen kosten en (kosten)effectiviteit op voorhand zullen kunnen inschatten. De junior onderzoeker (promovenda) heeft inmiddels het model operationeel. Op dit moment is een publicatie over het theorethische model (nog zonder gebruik te maken vcan empirische data) in revisie.

Kenmerken

  • Projectnummer:
    945163099
  • Looptijd: 100%
    Looptijd: 100 %
    2006
    2010
  • Gerelateerde programma's:
  • Gerelateerde subsidieronde:
  • Projectleider en penvoerder:
    Prof. dr. E. Buskens
  • Verantwoordelijke organisatie:
    Universitair Medisch Centrum Utrecht