Prevalence, treatment needs and new pharmacotherapeutic treatment options for crack dependent people in the Netherlands
Anders omgaan met zorg voor crackverslaafden
Crack, een variant van cocaïne die wordt gerookt, is goedkoop en wordt vooral gebruikt door mensen aan de 'rand' van de samenleving. Onbekend is hoeveel crackverslaafden er zijn en wat hun problemen en leefomstandigheden zijn. Ze komen onvoldoende in zorg, haken snel af en therapie is nauwelijks effectief.
Steeds meer deskundigen denken dat het tijd is voor een behandeling die zich, in plaats van op stoppen, richt op het wegnemen van de scherpe kantjes van het gebruik. Dat verbetert de kwaliteit van leven en vermindert de overlast.
Doel
Dit project richt zich daarop. Het doel is om te bepalen of het lukt om crackverslaafden op deze manier langer in behandeling te houden. Beoordeeld wordt op acceptatie van de behandeling, duur van deelname van de cliënt, medicatietrouw, potentiële effectiviteit, veiligheid en de tevredenheid van de cliënt.
Doelgroep
Behandelaars verslavingszorg
Producten
Auteur: Nuijten, M.
Magazine: Tijdschrift voor Psychiatrie
Auteur: Mascha Nuijten, Peter Blanken, Wim van den Brink and Vincent Hendriks
Magazine: BMC Psychiatry
Auteur: Petra Houwing, Alberto Oteo Pérez en Dirk J. Korf
Magazine: Verslaving
Auteur: Nuijten, M., Blanken, P., Van den Brink, W., & Hendriks, V.
Magazine: Journal of Psychopharmacology
Auteur: Oteo Peréz, A., Benschop, A. & Korf, D.J.
Magazine: Journal of Drug Issues
Auteur: Oteo Pérez, A., Cruyff, M.J.L.F., Benschop, A. & Korf, D.J.
Magazine: Substance Use and Misuse
Auteur: Nuijten, M., Blanken, P., Van den Brink, W., & Hendriks, V.
Magazine: Drug and Alcohol Dependence
Auteur: Alberto Oteo Pérez, Annemieke Benschop, and Dirk J. Korf
Magazine: European Addiction Research
Auteur: Oteo Pérez, A., Benschop, A.., Blanken, P. & Korf, D.J.
Magazine: European Addiction Research
Verslagen
Eindverslag
Veel heroïnegebruikers in Nederland gebruiken ook crack (basecoke/ gekookte coke) en daarnaast zijn er ook die geen opiaten gebruiken, maar wel crack. Tot nu toe was weinig bekend over de omvang en samenstelling van deze gebruikerspopulatie. Dat zou mede het gevolg kunnen zijn van het feit dat er nog geen specifieke behandeling voor crackgebruikers voorhanden is. Wat wel over crackgebruikers bekend is, is voornamelijk gebaseerd op onderzoek in de Verenigde Staten. De resultaten hiervan zijn niet zonder meer ook geldig voor Nederland.
Met het sociaal-epidemiologisch onderzoek beoogden we voor het eerst in Nederland een wetenschappelijk onderbouwde schatting te maken van het aantal crackverslaafden c.q. frequente crackgebruikers (> 2 dagen p/w). Daarnaast was het doel inzicht te krijgen in welke groepen wel en welke niet of minder bereikt worden door de drugshulpverlening; in hun problemen en behoeften; in hun interesse voor en bereidheid tot behandeling met medicijnen die kunnen helpen bij het minderen of stoppen met crackgebruik; en in de bijdrage die dergelijke behandeling zou kunnen leveren aan het beter bereiken van crackverslaafden, verbetering van hun gezondheid en leefsituatie en vermindering van criminaliteit.
Het onderzoek werd uitgevoerd in de drie grootste Nederlandse steden (Amsterdam, Rotterdam en Den Haag). In elk hiervan werden twee aselecte steekproeven van frequente crackgebruikers geïnterviewd: één van cliënten in de ambulante verslavingszorg (voornamelijk laagdrempelige methadonverstrekking) en één van bezoekers van gebruikersruimten. Daarnaast werden een steekproef van crackverslaafden gerekruteerd via respondent driven sampling (RDS, een variant van de sneeuwbalmethode) en geïnterviewd. Naast een wetenschappelijk onderbouwde schatting van het aantal crackverslaafden heeft het sociaal-epidemiologisch onderzoek beter zicht opgeleverd op de samenstelling, leefsituatie en sociale en gezondheidsproblematiek van de groepen frequente crackgebruikers die wel en niet bereikt worden door de verslavingszorg en gebruikersruimten, en inzicht in welke groepen potentieel meer of beter bereikt zouden kunnen worden met behandeling met medicijnen om te minderen of stoppen met crack. Ook geeft het onderzoek inzicht in de aard en omvang van criminaliteit die wordt begaan door frequente crackgebruikers, alsmede in de mate waarin behandeling met medicijnen mogelijk zou kunnen bijdragen aan de vermindering van criminaliteit.
Aangezien huidige behandelmogelijkheden voor crack-cocaïnegebruikers zich beperken tot psychosociale behandelingen, vaak gekenmerkt door uitval en matige effectiviteit, werden binnen de interventiestudie drie veelbelovende medicamenten (topiramaat, modafinil en slow release (SR) dexamfetamine) in drie losse gerandomiseerde gecontroleerde studies onderzocht op veiligheid, acceptatie en effectiviteit voor de behandeling van crack-cocaïneafhankelijkheid. Binnen de topiramaat- en modafinil-studie ontvingen alle crack-cocaïneafhankelijke deelnemers 12 weken individuele cognitieve gedragstherapie (CGT). Op basis van randomisatie kreeg de helft van de deelnemers aanvullend een medicamenteuze behandeling met 200 mg/dag topiramaat (studie 1) of 400 mg/dag modafinil (studie 2) aangeboden. Na de studiebehandeling werd de groep die CGT+studiemedicijn kreeg vergeleken met de groep die alleen CGT kreeg op o.a. CGT behandelretentie en crack-cocaïnegebruik. Hoewel topiramaat als medicament veilig was, werd de effectiviteit niet aangetoond, mogelijk door lage medicatietrouw. Gezien de gemengde resultaten uit voorgaande studies en onze negatieve bevindingen, concludeerden we dat de bruikbaarheid van topiramaat voor de behandeling van crack-cocaïneafhankelijkheid beperkt is. Ook de effectiviteit van modafinil kon niet worden bewezen, deels door lage medicatietrouw gerelateerd aan bijwerkingen. Een vergelijking tussen deelnemers die hun modafinil trouw en minder trouw innamen, liet echter zien dat de innametrouwe deelnemers