Serologic follow-up to identify the risk on development of chronic Q fever.
Er is weinig bekend over welke patiënten een risico lopen op het ontwikkelen van chronische Q-koorts en hoe we hen kunnen opsporen en diagnosticeren.
Het doel van deze studie is om hiervoor een methode te ontwikkelen met behulp van antistoffen tegen Q-koorts in bloedmonsters (serologie). Het bloed wordt drie, zes en twaalf maanden na de diagnose afgenomen. Bij patiënten met acute Q-koorts wordt vier jaar na diagnose nog een bloedmonster afgenomen en een vragenlijst ingevuld over risicofactoren, klachten en welbevinden. Resultaten zijn nuttig voor het ontwikkelen van richtlijnen voor de opvolging van acute Q-koortspatiënten.
Producten
Link: http://stichtingquestion.nl/nieuwsbrieven/nieuwsbrief-2011.12.pdf
Auteur: Wielders CCH, van Loenhout JAF, Morroy G, Rietveld A, Notermans DW, Wever PC, Renders NHM, Leenders ACAP, van der Hoek W, Schneeberger PM
Magazine: PLoS ONE
Auteur: Wielders CCH, Wijnbergen PCA, Renders NHM, Schellekens JJA, Schneeberger PM, Wever PC, Hermans MHA
Magazine: Journal of Clinical Microbiology
Auteur: Wielders CCH, Morroy G, Wever PC, Coutinho RA, Schneeberger PM, van der Hoek W
Magazine: European Journal of Clinical Investigation
Auteur: Wielders CCH, Teunis PFM, Hermans MHA, van der Hoek W, Schneeberger PM
Magazine: Epidemics
Auteur: Kremers M, Janssen R, Wielders CC, Kampschreur LM, Schneeberger PM, Netten PM, de Klerk A, Hodemaekers HM, Hermans MH, Notermans DW, Wever PC.
Magazine: Clinical and Vaccine Immunology
Auteur: Jajou R, Wielders CCH, Leclercq M, van Leuken J, Shamelian S, Renders N, van der Hoek W, Schneeberger P
Magazine: BMC Infectious Diseases
Auteur: Wielders CCH, Boerman AW, Schimmer B, van den Brom R, Notermans DW, van der Hoek W, Schneeberger PM
Magazine: PLoS ONE
Auteur: C.C.H. (Lieke) Wielders Promotor: Prof. dr. R.A. Coutinho Co-promotoren: Dr. P.M. Schneeberger en Dr. W. van der Hoek
Verslagen
Eindverslag
Ongeveer 2% van de patiënten met bevestigde acute Q-koorts ontwikkelt chronische Q-koorts. Wanneer patiënten met een risico op deze chronische vorm vroeg opgespoord worden, kunnen zij eerder behandeld worden en verloopt de chronische infectie minder ernstig. Het controleren van de hoeveelheid afweerstoffen bij patiënten die acute Q-koorts hebben gehad is de geaccepteerde methode om chronische Q-koorts vroeg op te sporen. In het Jeroen Bosch Ziekenhuis (’s-Hertogenbosch) is van 2007 tot en met 2009 aan alle acute Q-koortspatiënten op drie, zes en twaalf maanden na de diagnose controle van de afweerstoffen aangeboden. Ongeveer vier jaar na de acute Q-koortsinfectie werden ruim 1.900 patiënten uitgenodigd om nogmaals bloed te laten afnemen. De afweerstoffen werden onderzocht bij de 1.289 patiënten die wilden deelnemen. Patiënten verdacht voor een chronische Q-koortsinfectie werden verwezen naar het ziekenhuis voor verder onderzoek. In totaal werd in vier jaar tijd bij 4,5% van de 1.289 deelnemers chronische Q-koorts gediagnosticeerd. Bij 89,7% van hen werd dit al in het eerste jaar na de acute infectie vastgesteld. Gebaseerd op deze resultaten wordt een éénmalige controle geadviseerd na twaalf maanden voor patiënten met acute Q-koorts die geen risicofactoren hebben voor een chronische Q-koortsinfectie (geen hartklep of vaataandoening).
Ongeveer 2% van de patiënten met bevestigde acute Q-koorts ontwikkelt chronische Q-koorts. Door de grote Q-koortsuitbraak in Nederland tussen 2007 en 2009 neemt het aantal patiënten met chronische Q-koorts de komende jaren toe. Wanneer patiënten met een risico op deze chronische vorm vroeg opgespoord worden, kunnen zij eerder behandeld worden. Hierdoor kan chronische Q-koorts voorkomen worden of minder ernstig verlopen vergeleken met een latere of geen behandeling. Dit kan in de toekomst klachten, sterfgevallen en veel kosten voorkomen.
Er is nog weinig bekend over kenmerken van patiënten die een (hoog) risico lopen op het ontwikkelen van chronische Q-koorts en de manier waarop deze patiënten opgespoord en gediagnosticeerd kunnen worden. Het doel van het Q-HORT onderzoek is een methode te onderzoeken voor de identificatie van risicopatiënten met behulp van antistoffen tegen Q-koorts (serologie). Antistoffen zijn al bepaald in bloedmonsters die 3, 6 en 12 maanden na de diagnose verzameld zijn. Daarnaast wordt 4 jaar na de diagnose acute Q-koorts een nieuw bloedmonster afgenomen en wordt een vragenlijst ingevuld over mogelijke risicofactoren op chronische Q-koorts, klachten en welbevinden. Hierdoor kunnen we de resultaten van de bloedmonsters in het eerste jaar relateren aan de resultaten 4 jaar later. Op die manier kunnen we onderzoeken of de controles in het eerste jaar na de diagnose goed genoeg in staat zijn om mensen met een chronische Q-koorts infectie te identificeren. Resultaten van deze studie kunnen gebruikt worden voor het ontwikkelen van richtlijnen voor de opvolging van acute Q-koorts patiënten om chronische Q-koorts patiënten zo optimaal mogelijk op te sporen.