Towards more appropriate care for patients on a waiting list for mental health care: a study on good practices to prevent and mitigate the risks of bridging care in general practices
Passende zorg voor patiënten die op een wachtlijst staan voor de GGZ: deskresearch en veldraadpleging naar risico’s, consequenties en good practices vanuit het perspectief van de huisartsenpraktijk
Ondanks jarenlang beleid blijven de wachttijden voor de geestelijke gezondheidszorg (ggz) lang.
Doel
In dit project werden de impact van de ggz-wachttijden op wachtenden, naasten en zorgverleners in de huisartsenpraktijk en hun ervaringen met ondersteuning tijdens de wachttijd onderzocht. Ook maakten ze een overzicht van initiatieven voor wachttijd-ondersteuning. Met als doel om bij te dragen aan betere, passendere zorg voor mensen met psychische problemen en minder druk op de huisartsenpraktijk.
Onderzoeksdesign
Dit eenjarige cross-sectionele onderzoek vond plaats in 2024 en bestond uit:
- desk research en literatuuronderzoek
- vragenlijsten onder 321 volwassenen met ggz-wachttijd ervaring (in 2022 of later), 83 naasten, 127 POH’s-GGZ, 48 huisartsen en 9 overige professionals
- (groeps)interviews met 7 experts uit huisartsenzorg, ggz en cliëntenorganisaties, 5 volwassenen met ggz-wachttijd ervaring, 1 naaste, 6 POH’s-GGZ en 2 huisartsen.
De belangrijkste kanttekening bij het onderzoek is dat er mogelijk sprake was van selectie bias. Vooral vrouwen en hoger-opgeleiden (die wachtten op de gespecialiseerde ggz) namen deel.
Resultaten
De ggz-wachttijden hebben een forse, negatieve impact op wachtenden, naasten en zorgverleners in de huisartsenpraktijk. Wachtenden worden vaak ondersteund binnen de huisartsenpraktijk, terwijl er een breed aanbod aan ondersteuning is buiten de huisartsenpraktijk. Desondanks wijzen POH’s-GGZ en huisartsen patiënten weinig op het aanbod.
Dit zit deels in te weinig bekendheid daarmee, maar ook in onvoldoende vertrouwen in de kwaliteit. Patiënten en zorgverleners maken zich ook zorgen over de geschiktheid van het wachttijd-aanbod bij complexe problematiek. Verder zijn er voor sommige vormen van wachttijd-ondersteuning barrières qua toegankelijkheid, bijvoorbeeld in de vorm van kosten, omdat ze digitale vaardigheden vereisen of omdat men bij crisisgevoeligheid niet mag deelnemen.
De bevindingen, conclusies en aanbevelingen zijn samengevat in een factsheet en eindrapport
Aanbevelingen
-
- Blijf aandacht besteden aan het verminderen van de ggz-wachttijden en het verbeteren van de toegankelijkheid van de ggz, zeker voor de meest kwetsbare groepen patiënten met complexe problematiek en de minste hulpbronnen. Wees ervan bewust dat bepaalde initiatieven uit het huidige overbruggingszorg aanbod minder toegankelijk zijn voor bepaalde doelgroepen. Ook zijn er huisartsenpraktijken die vanuit principe geen overbruggingszorg (meer) bieden. Denk na over een systeem waarbij (extra) urgentie kan worden meegegeven met een verwijzing naar de ggz. Dit is ook iets waar de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) voor pleit.
- Zorg ervoor dat de aandacht, geld en capaciteit die naar overbruggingszorg uitgaat in verhouding staat tot de ggz-wachttijd problematiek die daarachter schuilgaat. Zeker omdat van veel overbruggingszorg initiatieven niet helder is wat de precieze meerwaarde hiervan is voor welke patiënten, bestaat het risico dat er (teveel) wordt geïnvesteerd in overbruggingszorg dat alleen een ‘lapmiddel’ blijkt te zijn. Dit leidt tot inefficiënties in een zorgsysteem dat toch al met schaarste te kampen heeft. Tegelijkertijd lijken er bij overbruggingszorg kansen te liggen in het kader van het stimuleren van een brede kijk op en het normaliseren van psychische problematiek, en het realiseren van aanbod dat toegevoegde meerwaarde heeft, of een volwaardig alternatief vormt voor ggz-behandeling bij bepaalde hulpvragen.
- Stimuleer en creëer randvoorwaarden voor een betere samenwerking tussen huisartsenpraktijk, ggz en sociaal domein, zodat zij ook tijdens de wachttijd gezamenlijk de verantwoordelijkheid dragen voor patiënten, ze hierover afspraken kunnen maken en er een gedeeld vertrouwen ontstaat en bekendheid met elkaars aanbod. Overweeg het ontwikkelen van een domeinoverstijgende richtlijn of handreiking rondom overbruggingszorg voor professionals.
- Denk na over oplossingen voor een centraal georganiseerde sociale kaart, bijvoorbeeld per regio, want het blijkt erg lastig voor patiënten, naasten, POH’s-GGZ en huisartsen om een overzicht te verkrijgen van alle mogelijkheden tot ondersteuning bij psychische problemen, dit overzicht up[1]to-date te houden en te ‘navigeren’ door het complexe zorgsysteem. Maak werk van een actueel (online) overzicht met aanbieders en wachtlijstinformatie zodat professionals ook naar minder bekende zorgaanbieder kunnen verwijzen met een kortere wachttijd, en naar andere vormen van ondersteuning. Een overzicht van alle ondersteuningsmogelijkheden bij psychische problemen zou ook voor patiënten goed toegankelijk moeten zijn. Ontwikkel beleid dat het navigeren door de ggz voor patiënten (en professionals) versimpelt.
- De resultaten van dit onderzoek vragen om verdere visieontwikkeling op wat ‘overbruggingszorg’ behelst (inclusief benaming) en wat ieders rol en verantwoordelijkheid daarin is, ook in relatie tot de transitie die gaande is rondom mentale gezondheid (o.a. onder invloed van het Integraal Zorgakkoord, IZA, en het Gezond en Actief Leven Akkoord, GALA).
-
- Wees ervan bewust dat een ‘afwijzing’ door de ggz, onzekerheid over duur van de wachttijd en moeten wachten op ggz behandeling, naast verergering van klachten, een grote psychologische impact kan hebben op patiënten, waaronder de reactie om de hoop te verliezen, in de ‘wachtstand’ te komen of het vertrouwen in de zorg te verliezen. Erken dit en toon hier begrip voor en doe tegelijkertijd aan verwachtingsmanagement; leg bijvoorbeeld aan de patiënt uit dat allerlei oplossingen helpend kunnen zijn bij (een groot deel van de) psychische problemen, niet alleen ggz-behandeling.
- Wees ervan bewust dat de communicatie richting de patiënt voorafgaand aan of tijdens de ggz-wachttijd van belang is, omdat deze patiënten kan activeren en motiveren of juist demotiveren (met het risico op een ‘wachtstand’ bij patiënten). Vermijd richting patiënten in ieder geval de term ‘overbruggingszorg’. Gebruik bijvoorbeeld deze alternatieven: ‘het verkennen van een breed palet aan oplossingen die helpend kunnen zijn bij psychische problemen’, ‘alvast aan de slag gaan’, alvast aan herstel werken’ of ‘voorbereiden op ggz-behandeling’. Informeer patiënten dat sommige ggz-instellingen een aanbod hebben voor tijdens de wachttijd. Stimuleer patiënten (en naasten) om zelf alvast verschillende opties die kunnen bijdragen aan hun herstel te verkennen tijdens het wachten op ggz-behandeling. Help zeker minder zelfredzame patiënten daarbij meer op weg.
- Overweeg om in de huisartsenpraktijk met een brede, persoonsgerichte intake te gaan werken bij patiënten met psychische of psychosociale problemen. Dit kan een eerste stap zijn om patiënten vaker te wijzen op alternatieve vormen van ondersteuning die aansluiten op hun hulpvraag, ook tijdens een eventuele ggz-wachttijd. Hiervoor kan bijvoorbeeld gewerkt worden met het Spinnenwebmodel, het 4Domeinen(4D)-model of het KOP-model (Bos et al., 2025).
- Bied niet zonder meer standaard overbruggingszorg aan binnen de huisartsenpraktijk, maar bespreek samen met de patiënt (en eventueel naaste) het gewenste doel en de invulling hiervan. Maak hierover afspraken tussen patiënt (en eventueel naaste), POH-GGZ en huisarts.
- Gebruik bijlage C uit het eindrapport van dit onderzoek (Magnée et al., 2025) ter inspiratie om te verkennen op welke vormen van ondersteuning tijdens de overbrugging de huisarts of de POH-GGZ patiënten mogelijk vaker kan wijzen. Ook de handreiking over aandacht besteden aan leefstijl tijdens de ggz-wachttijd (Coalitie Leefstijl in de zorg, 2025) biedt aanknopingspunten. Vormen van ondersteuning in andere domeinen zijn niet altijd uitgebreid wetenschappelijk onderbouwd, maar soms is er wel praktijk- of ervaringskennis die erkend mag worden en vertrouwen kan geven.
- Investeer in samenwerking met andere domeinen, zoals de ggz en het sociaal domein. Er is een landelijke standaard (Akwa GGZ, 2016) voor samenwerkingsafspraken tussen huisarts en ggz. Deze standaard is echter uit 2016 en dus inmiddels verouderd; de herziening start in 2025. De POH-GGZ kan vanuit het IZA in ieder geval vier uur per week worden ingezet voor domeinoverstijgende samenwerking. Betere samenwerking kan leiden tot het beter kennen van elkaars expertise en aanbod, meer vertrouwen en een beter overzicht van regionale mogelijkheden voor ondersteuning, ook tijdens overbrugging, zodat de huisartsenpraktijk deze verantwoordelijk niet (meer) alleen draagt. Raadpleeg een handreiking (MIND, 2024) met adviezen voor een betere samenwerking tussen huisartsen en zelfregiecentra. Via de MIND Atlas kan worden gezocht naar o.a. regionale zelfregie- en herstelinitiatieven en naar patiëntenorganisaties en lotgenotengroepen. Patiënten die worden verwezen naar een Mentaal Gezondheidsnetwerk voor een verkennend gesprek18 zouden daar een plan van aanpak kunnen krijgen voor de overbruggingsperiode, indien zij op een ggz-wachtlijst terecht komen.
- Heb oog voor de naasten van patiënten met psychische problemen, zeker bij een lange wachttijd. Wees alert op overbelasting van naasten tijdens de wachttijd. Bied naasten desgewenst emotionele steun en psycho-educatie over het omgaan met de psychische problemen van hun naaste. Wijs hen op mogelijkheden tot eigen ondersteuning. De websites naasteninkracht.nl en naastentraining.nl bieden informatie, handvatten en cursussen.
-
- Vraag bij een wachttijd langer dan 14 weken bij de zorgverzekeraar om zorgbemiddeling. De zorgverzekeraar moet je dan helpen om een andere behandelaar te vinden waar je sneller terecht kunt.
- Vestig bij psychische problemen niet alleen (alle) hoop op ggz-behandeling; er is ook veel ondersteuning op andere plekken beschikbaar dat door andere patiënten en naasten (ook tijdens het wachten) als waardevol en helpend wordt ervaren.
- Het navigeren door het ggz-systeem kan lastig zijn. Je kunt hierbij gebruik maken van de ervaringsdeskundigheid van anderen, ondersteuning vanuit koepelorganisatie MIND of patiëntenorganisaties, het Centrum voor Consultatie en Expertise (CCE), een onafhankelijk cliëntondersteuner of een zorgverlener. Je kunt ook door de huisarts worden verwezen naar een verkennend gesprek en via die weg een overzicht krijgen van ondersteuningsmogelijkheden.
- Zoek als naaste indien gewenst zelf ondersteuning tijdens de ggz-wachttijd, bijvoorbeeld via websites of de huisartsenpraktijk.
-
- Communiceer over de meerwaarde en de onderbouwing van je aanbod richting huisartsenpraktijken, ggz-instellingen en patiëntenverenigingen. Publiceer bijvoorbeeld in vaktijdschriften (al dan niet in samenwerking met de desbetreffende beroepsgroep), bied nascholingen aan of participeer in domeinoverstijgende samenwerkingsverbanden.
-
- Communiceer met regelmaat met wachtenden, naasten en huisartsenzorg professionals over de verwachte duur van de wachttijden.
- Doe na aanmelding een snelle intake en maak (samen met de patiënt en eventueel naaste) een plan van aanpak, idealiter ook voor tijdens de overbruggingsperiode.
- Gebruik bijlage C uit het eindrapport van dit onderzoek (Magnée et al., 2025) ter inspiratie om te verkennen op welke vormen van ondersteuning de ggz patiënten tijdens de overbruggingsperiode vaker kan wijzen of hen kan aanbieden.
- Werk samen met de huisartsenpraktijk en andere domeinen, ook rondom overbruggingszorg. Wees bereikbaar voor intercollegiaal overleg en consultatie door huisarts of POH-GGZ, ook tijdens een eventuele wachttijd. Lokaal kunnen afspraken worden gemaakt rondom consultatieve psychiatrie (Visser et al., 2023) of consultatie kan worden geformaliseerd via het IZA.
-
- Vervolgonderzoek dient zich te richten op doelgroepen patiënten die tijdens dit onderzoek minder goed zijn bereikt, zoals lager-opgeleide patiënten, patiënten met beperkte gezondheidsvaardigheden, mannen, migranten, vluchtelingen, ouderen, jeugd of patiënten die voor de eerste keer verwezen worden naar de ggz. Dit is nodig, omdat zij mogelijk andere behoeftes in en ervaringen hebben met overbruggingszorg en een andere en wellicht zelfs nog grotere impact kunnen ervaren van de ggz-wachttijden.
- Vervolgonderzoek dient zich te richten op de omvang, inhoud en meerwaarde van de overbruggingszorg die binnen de huisartsenpraktijk wordt geleverd. Welke patiënten maken hier (vooral) gebruik van, wat is de frequentie van de gesprekken en de duur van de trajecten? Hoe vaak wordt er medicatie voorgeschreven? In hoeverre en op welke manier helpt het patiënten? En in hoeverre is er hierin variatie tussen huisartsenpraktijken? Het Nivel en Zorginstituut Nederland doen in 2025 verder onderzoek naar (een deel van) deze vragen via de Onderzoekswerkplaats 'Routine Zorgdata voor Passende Zorg'22 .
- Meer onderzoek naar de verschillende vormen van overbruggingszorg die momenteel ook buiten de huisartsenpraktijk worden ingezet kan bijdragen aan het vertrouwen dat huisartsen en POH’s-GGZ in dit aanbod hebben, zodat zij patiënten daar vaker op zullen wijzen. Bovendien maakt dit inzichtelijk wat de meerwaarde is van deze initiatieven voor patiënten, ook ten opzichte van behandeling in de ggz, en in hoeverre het dus verstandig is voor beleidsmakers om hierin (veel) te investeren. Met name op het gebied van eHealth waren de ervaringen van de patiënten die deelnamen aan dit onderzoek wisselend en niet altijd positief; dit vraagt dus in ieder geval om verder onderzoek.
- Vervolgonderzoek dient zich te richten op de vraag wat voor soort ondersteuning voor wie, met welk doel en wanneer het best kan worden ingezet tijdens het herstellen van psychische problemen, ook in het geval van een eventuele ggz-wachttijd. Sommige vormen van ondersteuning passen misschien beter bij de eerste ‘crisisfase’, terwijl andere vormen van ondersteuning misschien juist passender zijn als iemand niet meer in crisis is en al wat verder op weg is qua herstel. Oftewel: hoe sluiten verschillende vormen van ondersteuning uit verschillende domeinen het best op elkaar aan? Wat is de beste timing of volgorde?
- Mogelijk kan er geleerd worden van overbruggingszorg in de somatische zorg. Daarbij is ook het doel om mensen ‘stabiel te houden’ of in ieder geval niet achteruit te laten gaan tijdens het wachten op passende zorg. Welke elementen van overbruggingszorg in de somatische zorg, bijvoorbeeld qua organisatie van zorg, samenwerking of financiering, zijn bruikbaar in de zorg voor mensen met psychische problemen?
- Vervolgonderzoek dient de impact van de ggz-wachttijden en de ervaringen met overbruggingszorg in kaart te brengen onder professionals bij de gemeente en in het sociaal domein, waaronder sociaal werkers. Er zijn aanwijzingen dat onder de deelnemers van Welzijn op Recept recentelijk meer dan voorheen deelnemers zijn die op een ggz-wachtlijst staan. Onbekend is welke impact dit heeft op de deelnemers, de uitvoerders en de activiteiten. Ggz-professionals zijn in 2024 wel ondervraagd over overbruggingszorg met een variant van de vragenlijst uit dit onderzoek (Akwa GGZ, 2024). De resultaten hiervan sluiten aan op de resultaten die in ons onderzoek zijn gevonden.
- Onduidelijk is nog wat de effecten zullen zijn van de regionale uitwerking van de transformatieplannen die zijn afgesproken in het IZA en het GALA, en de plek van ‘overbruggingszorg’ hierin. Zo worden regionale Mentale gezondheidsnetwerken opgezet, waarbinnen o.a. verkennende gesprekken worden uitgevoerd. Andere regio’s zijn bezig met het implementeren en doorontwikkelen van (deels) andere aanpakken, zoals een Ecosysteem Mentale Gezondheid (GEM23). Meer onderzoek is nodig naar hoe binnen deze ontwikkelingen wordt omgegaan met ondersteuning tijdens ggz-wachttijden, en in hoeverre huisartsenzorg professionals, en bovenal patiënten en hun naasten, hier positieve effecten van ondervinden, zowel op de korte als op de langere termijn.
Conclusies
Allereerst onderschrijven de bevindingen de urgentie van een adequate aanpak van de ggz-wachttijden. Bij het verbeteren van de toegankelijkheid van de ggz moet prioriteit worden gegeven aan mensen met complexe problematiek, omdat zij te maken lijken hebben met de langste wachttijden, dan vermoedelijk het meeste risico lopen en voor hen wachttijd-ondersteuning minder geschikt of toegankelijk lijkt. Bovendien zorgt (lang) wachten op de ggz door deze groep voor de meeste druk bij naasten en op de huisartsenpraktijk.
Afgezien hiervan lijkt er potentie te zitten in het inzetten van wachttijd-ondersteuning, omdat dit:
- waardevolle ondersteuning kan zijn voor patiënten
- aansluit op de transitie om bij psychische problemen breed te zoeken naar passende oplossingen, dus ook in domeinen buiten de huisartsenzorg of ggz
- kan bijdragen aan het normaliseren en de-medicaliseren van psychische problemen
- kan bijdragen aan het verlagen van de druk op de huisartsenpraktijk
De vraag is wat patiënten, huisartsenpraktijken en anderen nodig hebben om vaker gebruik te kunnen maken van alternatieve vormen van ondersteuning, ook tijdens een eventuele ggz-wachttijd. Huisartsenzorg professionals kunnen als eerste aanspreekpunt in ieder geval - juist minder zelfredzame - patiënten helpen wegwijs te worden in het brede aanbod. Zij moeten dan wel vanuit een brede kijk werken en goed bekend raken met en op hoogte zijn van alle mogelijkheden en daar voldoende vertrouwen in krijgen (bijvoorbeeld op basis van wetenschappelijk onderzoek).
Bij dit alles is de juiste organisatie van zorg ook van belang, bijvoorbeeld om de samenwerking tussen domeinen te verbeteren. Mensen met psychische problemen zelf moeten mogelijk ook hun verwachtingen van de ggz en van wat helpend kan zijn bijstellen en open staan voor verschillende mogelijkheden. Dit vraagt van iedereen om bruggen te slaan en samen te navigeren op weg naar herstel én om aanhoudende inzet om de ggz-wachttijden te verminderen.
Meer informatie
Producten
Link: https://www.movisie.nl/podcast-ggz-sociaal-domein-samen-leefwereld?utm_source=linkedin
Link: https://www.nivel.nl/nl/publicatie/bruggen-slaan-en-navigeren-op-weg-naar-herstel-eindrapport-van-een-onderzoek-onder
Link: https://www.nivel.nl/nl/publicatie/de-wachtstand-een-literatuurinventarisatie-naar-de-impact-van-wachttijden-de-ggz-op
Link: https://www.de-eerstelijns.nl/2025/10/ggz-wachttijdondersteuning-onbekend-maakt-onbemind/
Link: https://www.nivel.nl/nl/publicatie/bruggen-slaan-en-navigeren-op-weg-naar-herstel-factsheet-over-een-onderzoek-onder
Link: https://www.de-eerstelijns.nl/2024/01/onderzoek-naar-verbeteren-ggz-overbruggingszorg/
Auteur: Tessa Magnée, Jasper Nuijen, Veerle Schutjens, Christina van der Hoeven, Bart Knottnerus
Link: https://www.nhg.org/wetenschapsdag/programma/parallelsessie-3/
Auteur: Tessa Magnée, Jasper Nuijen, Veerle Schutjens, Bart Knottnerus
Link: https://euprimarycare.org/efpc-2024-conference-ljubljana/